Bevlogen Bammetje

Kortverhaal gebaseerd op mijn ervaring van de Odenselunch

Geschreven op 2 Feb 2018

De dag is helder, maar niet zonnig. De zon heeft geen behoefte om naar buiten te komen, zoals ik ook niet behoefte heb om extravert te zijn. Samen met twee andere dames wandelen we naar het Odensehuis. Daar zijn we van plan om samen te lunchen met oudere mensen die last hebben van dementie. Ik heb niet het gesprek op gang hoeven te houden tijdens onze tocht. Dit kan nog in mijn nadeel werken. Ik ben niet sociaal voorbereid om gesprekken op gang te houden voor straks.

We komen aan bij het Odensehuis, waarna we rondgeleid worden. Ik ben hier al voor de tweede keer, maar een rondleiding is voor mij een mooie ontsnapping om niet sociaal veel moeite te hoeven doen. Ik luister naar de rondleidster, terwijl ik het artistieke werk van de oudere bewoners bewonder, als mijn afwachtende en bedachtzame zelf. We worden erop gewezen dat we ons naar beneden moeten begeven voor de lunch.

Ik kom inmiddels wat losser. Ik vertel een oudere dame die ik herken: “Daar ga ik niet zitten. Daar zat ik al de vorige keer. Wat is een goede andere plek?”

Ze reageert glimlachend. Ik heb haar vooral gebruikt als praatpaal, om sociaal losser te kunnen komen.

Ik schuif aan de middelste tafel aan, wat mij de eerste zittende van de tafel maakt. Al snel komt een tengere dame met een kort grijs kapsel naast mij zitten. Een scheef glimlachje siert haar. Zij is als eerste gekomen, dus zij is de gelukkige met wie ik het gesprek aan ga. Zij wordt mijn tafeldame voor het gesprek tijdens deze lunch.

Het begint al goed! Wanneer ik met haar aan het geinen ben, zie ik geƫrgerde blikken om ons heen en handen die ons wijzen op de persoon die stilte vraagt. Natuurlijk, we gaan bidden voor het eten.

De lunch begint met een salaadje. Over de verzorging van de lunch valt niet te klagen! Terwijl ik gelijk aan mijn saladetje begin te schranzen, kijkt mijn tafeldame verbaasd naar haar salaadje.

“Ik begrijp het niet”, zegt ze heel onschuldig.

Een begeleidende dame schiet haar al te hulp. Ze wijst haar op het bestek. Terwijl zij hulp krijgt, richt ze zich op mij.

“Vind jij het ook zo lastig?”, vraagt zij rustig en onschuldig.

Ik begin een heel verhaal uit te kramen: “Alles is lastig aan het begin. Met oefening wordt het makkelijker, maar het begin blijft altijd lastig.”

De millennial van de prestatiemaatschappij, met bibliotheken aan zelfhulpkennis opgeslagen in zijn donkere bovenkamertje, komt in mij naar boven.

Na de salade begin ik aan mijn eiertaartje (of mini-quiche).

“Dit taartje vind ik ook lastig te begrijpen. Dit is een mysterie, echt waar! Laat ik mijn vergrootglas erbij pakken. Of beter nog: Mijn microscoop! Dat is hoe academici, als ik, te werk gaan!”, vertel ik charmerend, terwijl ik eerst een vergrootglas gebaar met mijn handen, gevolgd door een microscoop.

Ik breng het giechelende meisje in haar naar boven.

Zij vraagt mij waar ik vandaan kom en ik antwoord Wageningen.

Inmiddels is zij klaar met de salade ën het eiertaartje.

“Zo! Jij bent goed bezig! Jij hebt duidelijk gewonnen. Ik vind het maar lastig. Ik ben veel langzamer”, vertel ik zelf-kleinerend, terwijl zij begint met haar bammetje klaar te maken.

“Hihi, ja. Ja, het slaatje vond ik nog steeds lastig”, reageert ze, terwijl ik haar giecheltje weer naar boven weet te brengen.

Zij vraagt mij waar ik vandaan kom en ik antwoord Wageningen.

Nadat ik mijn eiertaartje op heb, komt mijn volgende uitdaging: Keuzes voor beleg!

“Al die keuzes! Wat zou ik eens op mijn brood doen?! Ik ben een echte twijfelaar. Ik weet het niet. Vind jij het ook zo lastig om keuzes te maken?”, vraag ik, waarin ik nederigheid als een van mijn charmes gebruik.

Met de botte kant van haar mes, probeert zij haar brood te snijden. Zij antwoordt mijn vraag niet, want zij heeft haar prioriteiten elders. Zij schiet gelijk te hulp en raad mij de heksenkaas aan. Behulpzaam is zij ook nog! Terwijl anderen haar helpen het mes om te draaien, complimenteer ik haar voor haar hulp. Ik smeer vlijtig de zelfgemaakte heksenkaas op mijn brood.

Zij vraagt mij waar ik vandaan kom. Met een nonchalante en verbaasde toon antwoord ik Wageningen. Zo wek ik bij haar de indruk dat ik het al vaker had verteld.

“Dat had ik kunnen weten”, reageert zij verlegen.

Wacht eens even! Daar komt zij bij mij niet zo gemakkelijk mee weg. Dus ik vraag: “Oh, ja? Hoe had je dat kunnen weten?”

Verlegen antwoord zij terug: “Ja, ehm? Dat weet ik eigenlijk niet.”

Terwijl er wordt aangekondigd dat de lunch voorbij is en wordt gevraagd wie er meegaat voor de middagwandeling, begin ik de haast te voelen. Naast dat ik mijn bammetjes naar binnen schrans, moet ik ook nog beslissen of ik mee ga wandelen. Ik vind die keuze nu al lastig. Ik durf mij niet voor te stellen hoe het zal zijn als ik tachtig ben.

Ik neem afscheid van mijn spontane tafeldame met haar scheve glimlach: “Dankjewel voor het leuke gesprek!”

Zij is gevlogen met de wind, waar ik ook haar giechelende vogeltjes nog op hoor vliegen. Zij had dat flirterige meisje in de kroeg kunnen zijn, die weg is met de wind wanneer je denkt dat jij haar binnen hebt gehaald. Zij maakte mijn Odenselunch.

Share on social media:

twitter googleplus